Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Gedrag bij het opstarten en functionele veiligheidscontroles

Zodra ze worden ingeschakeld, voeren apparaten met een cartridge een functionele veiligheidsprocedure uit om te controleren of de geïnstalleerde sensoren stabiel werken en of de gasdetectie en -waarschuwing veilig kunnen worden gestart.

Deze reeks omvat een zelftest bij het opstarten, een stabilisatieperiode voor de sensoren en, in sommige configuraties, een verzoek om automatisch op nul te stellen.

Deze opstartprocedures maken deel uit van het functionele veiligheidsontwerp van het apparaat en kunnen niet worden uitgeschakeld of omzeild. Ze zorgen ervoor dat de cartridge correct functioneert voordat de gasbewaking van start gaat.