Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Configuratieprofielen aanmaken

Configuratieprofielen bepalen welke functies zijn ingeschakeld en uitgeschakeld op de apparaten die aan het profiel zijn toegewezen. U kunt zoveel profielen aanmaken als uw organisatie nodig heeft.

  1. Selecteer Menu > Configuraties. De pagina Configuraties wordt geopend.
  2. Kies ‘CONFIGURATIE TOEVOEGEN’.
  3. Selecteer het configuratietype waarop u het profiel wilt toepassen en klik vervolgens op VOLGENDE.
  4. Voer een configuratienaam in.
  5. Voer desgewenst een configuratiebeschrijving in.
  6. Alleen voor G7c/G7x: Open in het gedeelte ‘Modes’ (met het tabblad ‘NORMAL OPERATION’ geselecteerd) de uitklapbare panelen en gebruik de schakelaars, tekstvelden en vervolgkeuzemenu’s om de functies van het apparaat aan te passen.
    Opmerking:

    Je kunt de functies vóór het invoeren ook aanpassen door het tabblad te selecteren en gebruik te maken van de schakelaars, tekstvelden en vervolgkeuzemenu's.

  7. Voor EXO: Open in het gedeelte ‘Instellingen’ de uitklapbare panelen en gebruik de schakelaars, tekstvelden en vervolgkeuzemenu’s om de functies van het apparaat aan te passen.
  8. Alleen voor G7c/G7x: Ga in het gedeelte ‘Modes’ naar het tabblad ‘PRE-ENTRY’ en gebruik het plusteken om pre-entry-modi toe te voegen. Open vervolgens het uitklapvenster om de pre-entry-functies aan te passen.
  9. Zoek in het gedeelte ‘Apparaten’ naar de apparaten die u aan het configuratieprofiel wilt toewijzen en selecteer deze.
  10. Als je klaar bent met het configureren van het profiel, scroll je naar de onderkant van de pagina en selecteer je OPSLAAN.