Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Gasbemonstering

De EXO Pump heeft vier inlaten voor meer flexibiliteit bij het nemen van gasmonsters.
Waarschuwing:

De EXO Pump is niet geschikt voor de volgende gassen: chloor (Cl₂) en chloordioxide (ClO₂).

Inlaat voor bemonstering van één gas

Wanneer één inlaat is ingeschakeld, zal EXO continu lucht aanzuigen via die inlaat.

Waarschuwing:

Als u de pomp start bij temperaturen van -20 °C (-4 °F) of lager, genereert EXO een alarm voor een geblokkeerde pomp (zie ‘Pomp geblokkeerd’) dat blijft bestaan totdat de inlaat is opgewarmd en de pomp weer normaal functioneert. Bij een bemonsteringscyclus met meerdere inlaten hebben de inlaten geen tijd om op te warmen. Gebruik bij temperaturen onder -20 °C (-4 °F) uitsluitend bemonstering van één gas.

EXO voert eerst een spoeling van twee minuten uit om eventueel gas uit de sensoren te verwijderen, en zuigt vervolgens lucht aan via de inlaat die is geopend. Wanneer EXO lucht aanzuigt via één inlaat, blijft het continu lucht aanzuigen via die inlaat.

Deze opstelling is het meest geschikt voor het betreden van besloten ruimtes, of voor elke andere situatie waarin het van cruciaal belang is om continu monsters te nemen uit een gevaarlijke omgeving.

Meerdere gasbemonsteringsinlaten

Wanneer meerdere inlaten zijn ingeschakeld, start EXO een bemonsteringscyclus.

Om ervoor te zorgen dat u altijd weet waar de gasblootstellingen vandaan komen, zal EXO telkens slechts gas uit één inlaat tegelijk opnemen. Houd er rekening mee dat wanneer er meerdere inlaten zijn ingeschakeld, EXO elke inlaat één voor één moet doorlopen.

EXO moet tussen elk monster door ook een spoeling uitvoeren om het gas van het vorige monster te verdringen. Terwijl EXO zichzelf spoelt, zullen er onderbrekingen in de meetwaarden optreden.

Een voorbeeldcyclus ziet er doorgaans als volgt uit:

Doorspoelen > Monster nemen uit inlaat 1 > Doorspoelen > Monster nemen uit inlaat 2 > Doorspoelen > Monster nemen uit inlaat 3.

Vanwege deze hiaten in de meetgegevens is een opstelling met meerdere meetpunten het meest geschikt voor langetermijnmonitoring van afgelegen gebieden.

Voorbeeldschema

Standaard bedraagt de bemonsteringstijd voor elke inlaat drie minuten. Als u alle vier de inlaten met de standaardinstellingen gebruikt (3 minuten bemonsteringstijd + 2 minuten spoeltijd), ontstaat er een tussenpoos van 20 minuten tussen de metingen van een bepaalde inlaat.

De bemonsteringstijd kan worden verlengd in het configuratieprofiel van EXO in Blackline Live. Raadpleeg de technische gebruikershandleiding van Blackline Live voor instructies.

Automatisch pompen

Standaard blijven de pompen uitgeschakeld wanneer EXO wordt gestart. U kunt het EXO-configuratieprofiel in Blackline Live aanpassen, zodat de pompen automatisch worden ingeschakeld wanneer EXO wordt gestart. Raadpleeg de technische gebruikershandleiding van Blackline Live voor instructies.