Om de firmware van uw apparaat bij te werken, moet u ervoor zorgen dat het
updateprogramma het apparaat herkent en vervolgens de juiste firmwareversie selecteren voordat u de update uitvoert.
Om de aangesloten apparaten te controleren en te selecteren die moeten worden bijgewerkt:
Klik Poorten vernieuwen om eventuele aangesloten apparaten te detecteren.
De apparatenlijst wordt automatisch bijgewerkt en toont de gedetecteerde apparaten. Na het vernieuwen selecteert het systeem automatisch de aangesloten apparaten door ze aan te vinken.
Schakel het selectievakje uit bij alle apparaten die u niet wilt bijwerken.
Opmerking: Met het bovenste selectievakje kunt u alle aangesloten apparaten tegelijk
selecteren of deselecteren.