Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Bump-test G6

Met een bump-test wordt gecontroleerd of de gassensoren en waarschuwingsindicatoren (lampjes, geluid en trilling) van de G6 correct functioneren.

Indien deze functie voor uw apparaat is geconfigureerd, wordt bij een bump-test gecontroleerd of de gassensoren en waarschuwingsindicatoren (lampjes, geluid en trilling) van uw apparaat correct werken. Tijdens een bump-test brengt u een bekende concentratie en hoeveelheid gas aan om te controleren of de sensor een waarschuwing activeert als reactie op de blootstelling aan het gas.

Uw schema voor bump-tests moet worden afgestemd op het veiligheidsbeleid van uw bedrijf en kan worden aangepast in Blackline Live. Blackline adviseert om de interval tussen bump-tests niet langer te laten zijn dan 365 dagen. Indien de eisen op de werkplek of de wettelijke voorschriften strenger zijn, adviseert Blackline om de strengere eisen toe te passen.

De G6 stuurt de gegevens van de bump-test automatisch door naar Blackline Live bij de volgende geplande synchronisatie van het apparaat en herinnert u eraan wanneer een bump-test achterstallig is.

Zie paragraaf 3 voor meer informatie over meldingen inzake G6-bump-tests.

Om de G6 handmatig aan een bump-test te onderwerpen, hebt u een kalibratiekap (ACC-G6-CAL) en een slang (ACC-G6-T2) nodig. U kunt de bump-test ook uitvoeren met behulp van het G6 Dock.

Raadpleeg de technische gebruikershandleiding van de G6 Dock voor meer informatie over het uitvoeren van een bump-test met de G6 Dock.

Waarschuwing:

Voer bump-tests uitsluitend uit in een omgeving waarvan bekend is dat deze schoon is. De G6 meet tijdens een bump-test geen omgevingsgassen.