Indicatoren voor vervanging
Blackline-cartridges kunnen niet worden gerepareerd. Als een sensor beschadigd raakt, versleten is of niet meer reageert, moet de gehele cartridge worden vervangen.
Aanhoudende storingen, herhaaldelijk mislukt onderhoud of onopgeloste meldingen kunnen wijzen op een defecte sensor.
- Vervang de cartridge als de kalibratie of de functietest herhaaldelijk mislukt, of als het apparaat een melding van hoge urgentie weergeeft die niet kan worden gewist door het apparaat op nul te zetten, te kalibreren of opnieuw op te starten.
- Een aanhoudende storing, zoals een sensorfout, sensorafwijking of sensoroverbelasting, kan wijzen op een blijvende verslechtering van de sensor.
- Fouten bij het op nul zetten of onopgeloste meldingen over de nulafwijking kunnen wijzen op een verschuiving van de basislijn of schade door omgevingsfactoren.
- Bij storingen in het MPS-systeem (bijvoorbeeld wanneer bij het opstarten niet wordt bevestigd dat de lucht schoon is) wordt een permanente melding weergegeven en moet het systeem opnieuw worden opgestart. Als de storing aanhoudt, moet de patroon worden vervangen.
- PID-sensoren die worden blootgesteld aan hoge VOC-concentraties kunnen een melding van ‘Sensor Overload’ weergeven. Als het probleem niet wordt verholpen door het apparaat opnieuw op te starten en de sensor op nul te zetten, moet de cartridge worden vervangen.
- Schakel het apparaat altijd uit voordat u de cartridge vervangt.