Sensorbereidheid en stabilisatie
MPS- en IR- sensoren hoeven niet op te warmen en beginnen onmiddellijk met het nemen van metingen.
Elektrochemische en PID- sensoren moeten worden gestabiliseerd, met name na een koude start of bij extreme temperatuurschommelingen.
Als er een MPS-sensor is geïnstalleerd, vraagt het apparaat bij het opstarten om bevestiging van de nulstelling in schone lucht. Als u dit niet binnen 15 seconden bevestigt, ontstaat er een vastgelegde foutmelding. Om de foutmelding te wissen, moet u het apparaat uitschakelen en vervolgens in schone lucht weer inschakelen.