Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Continue stroombewaking

Tijdens het gebruik controleren apparaten met een pomp de luchtstroom en geven ze een melding ‘Pomp geblokkeerd’ af als de luchtstroom onder het vereiste niveau daalt. De bemonstering wordt onderbroken totdat de normale luchtstroom weer is hersteld.

  • G7/G8: Houdt het debiet continu in de gaten en past het toerental van de pomp aan om het streefdebiet te handhaven. Als het debiet onder de 150 ml/min daalt, wordt er een melding ‘Pomp geblokkeerd’ geactiveerd.
  • EXO: Detecteert een geblokkeerde luchtstroom tijdens het functioneren van de inlaat. Als de luchtstroom wordt onderbroken of belemmerd, wordt de betreffende inlaat uitgeschakeld en wordt er een melding ‘Pomp geblokkeerd’ geactiveerd.

Veelvoorkomende oorzaken van een verminderde luchtstroom zijn onder meer:

  • Verkrompen, geplet of verstopte slangen.
  • Losgeraakte of niet goed vastgezette inlaten.
  • Vervuilde of verstopte inlaatfilters.
  • Koude temperaturen onder de -20 °C (-4 °F).
Opmerking:

De toestand van het filter wordt niet gecontroleerd. Verstopte inlaatfilters kunnen bijdragen aan blokkades, maar worden niet expliciet vermeld in de beschrijving van het apparaatgedrag.