Meldingsgedrag tijdens het opstarten, de kalibratie en de opwarmfase
Het onderdrukken van meldingen wordt automatisch toegepast tijdens overgangstoestanden waarin onstabiele gasmetingen kunnen optreden. Deze gedragingen maken deel uit van het functionele veiligheidsontwerp van het apparaat en helpen valse meldingen te voorkomen.
De meldingsonderdrukking is actief tijdens:
Opstarten en opwarmen:
Gasmeldingen zijn uitgeschakeld terwijl de sensoren zich stabiliseren. Op het scherm verschijnt een aftelling totdat de bewaking begint.
Kalibratie en nulstelling:
Tijdens de gehele procedure worden meldingen uitgeschakeld om verstoring door kalibratiegas of verschuivingen van de nulbasislijn te voorkomen.
Secundaire modi (alleen G7/G8):
In bepaalde modi, zoals ‘Leak Check’, worden gaswaarschuwingen opzettelijk gedempt om specifieke risicovolle werkprocessen te ondersteunen. De gasconcentraties worden nog steeds geregistreerd, maar leiden niet tot zichtbare of hoorbare waarschuwingen.
De bewaking van meldingen wordt automatisch hervat zodra de onderdrukking is beëindigd. Als de gasconcentraties de vooraf ingestelde drempelwaarden overschrijden, worden er onmiddellijk meldingen weergegeven.