Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Sensorstoringen

Bij het opstarten controleert het apparaat of elke geïnstalleerde sensor correct functioneert. Als een sensor deze controle niet doorstaat, verschijnt er een melding van een sensorfout met hoge urgentie en wordt de gasbemonstering voor die sensor niet gestart.

Tijdens het gebruik kunnen er ook sensorstoringen optreden. Als er een storing optreedt, schort het apparaat de gasmetingen voor de betreffende sensor op en blijft het in de storingsmodus totdat het probleem is verholpen.

Het opnieuw opstarten van het apparaat lost een sensorstoring niet op. De betrokken cartridge moet worden gecontroleerd of vervangen voordat de gasbewaking kan worden hervat.