Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Een apparaatconfiguratieprofiel bijwerken

Raadpleeg het artikel ‘Configuratieprofielgegevens bewerken ’ voor gedetailleerde informatie over het bijwerken van het configuratieprofiel van een apparaat.

Opmerking: Selecteer BEWERKEN om een sectie te openen. Selecteer OPSLAAN om je wijzigingen op te slaan en het bewerken van de kaart te beëindigen. Selecteer ANNULEREN om je wijzigingen te annuleren zonder ze op te slaan.
  1. Selecteer op de pagina ‘Apparaatgegevens’ de aan het apparaat toegewezen apparaatconfiguratie.
  2. Verwijder het apparaat uit het configuratieprofiel door het selectievakje voor het apparaat in de lijst uit te schakelen.
  3. Wijs het apparaat toe aan een ander configuratieprofiel via de betreffende pagina met details over het configuratieprofiel.