Helpcentrum

Zoek in het Helpcentrum

Apparaatgegevens bewerken

Op de pagina ‘Apparaatgegevens’ kunt u technische informatie over een apparaat beheren. De pagina bestaat uit drie onderdelen: apparaatbeschrijving, apparaatprofielen en toegewezen groepen.

Opmerking: Selecteer BEWERKEN om dit gedeelte bij te werken. Selecteer OPSLAAN om uw wijzigingen op te slaan en het bewerken te beëindigen. Selecteer ANNULEREN om uw wijzigingen te annuleren zonder ze op te slaan.
  1. Op de pagina ‘Apparaatgegevens’ kunt u een van de volgende gegevens wijzigen:

    • Beschrijving van het apparaat—Controleer de naam, het type, het ID-nummer, de activeringscode, de toegewezen organisatie en het toegewezen teamlid van het apparaat.Velden op de pagina met apparaatgegevens

      Zie ‘Apparaten verplaatsen tussen organisaties’ voor meer informatie over het toewijzen van een organisatie aan een apparaat.

      Raadpleeg het artikel ‘Een apparaat toewijzen aan een teamlid’ voor meer informatie over het toewijzen van apparaten aan teamleden.

    • Profielgegevens—Profielen bepalen hoe het apparaat in de praktijk functioneert. Beheer het toegewezen configuratieprofiel, het waarschuwingsprofiel (alleen voor G7-apparaten) en het meldingsprofiel van het apparaat.Voorbeeld van een profielpagina met details

      Raadpleeg het artikel ‘Het meldingsprofiel van een apparaat wijzigen’ voor meer informatie over het bewerken van het toegewezen meldingsprofiel van een apparaat.

      Raadpleeg het artikel ‘Het meldingsprofiel van een apparaat wijzigen’ voor meer informatie over het bewerken van het toegewezen meldings profiel van een apparaat.

      Raadpleeg het artikel ‘Het waarschuwingsprofiel van een apparaat wijzigen’ voor meer informatie over het bewerken van het toegewezen waarschuwingsprofiel van een G7-apparaat.

    • Groepen—Beheer de groepen waaraan het apparaat is toegewezen.Voorbeeld van de pagina ‘Groepen’

      Groepen geven aan binnen welke locatie of welk team het apparaat wordt gebruikt. Groepen geven ook aan in welke filters het apparaat is opgenomen bij het gebruik van Blackline Analytics. Zie ‘Groepen beheren’ voor meer informatie over groepen.

    • Informatie over gasflessen (alleen EXO)—Als automatische bump-tests en kalibraties zijn ingeschakeld, gebruik dan het gedeelte ‘Informatie over de gasfles’ om het partijnummer, de vervaldatum en andere gegevens over de gasfles die op de EXO is aangesloten vast te leggen.
      Opmerking: U moet een abonnement hebben om automatische bump-tests en kalibraties in te schakelen. Neem voor meer informatie contact op met uw Customer Relationship Manager (CRM).
      Voorbeeldpagina over gasflessen